aflevering 3 – ’t Heggerhuuske: van geitenstal tot woonhuis

Als je de kop van dit verhaal leest ga je, je automatisch afvragen wat zou hiermee bedoeld worden?

“Weest U gerust. Het is geen ellenlang verhaal of titulaire opsommingen van gegevens of bedredeneringen het zijn maar wat oude herinneringen doorgegeven en bewaard gebleven al of niet aangevuld met wat beeldmateriaal van de zovele die Genèk gekend heeft. Ook deze hebben of zullen ooit misschien bijdragen aan een geschiedenis die bewaard gebleven is door alles wat men nu reeds/of heeft opgetekend!”
Laat ik het met de woorden van onze site-beheerder de heer Roel Vliegen maar eens zeggen: “Biejein Geraap”.

In onze vorige aflevering oude herinneringen oet Genèk over Boerderie Snackers, vertelde we dat de familie Jan Meulenberg en Traut Notermans links naast de boerderij van de familie Snackers woonde in een wit langkopgevel huisje met hun vier dochters. Voordat we iets gaan vertellen over de bewoners zullen we eerst aanhalen wie er allemaal eigenaar geweest is en welke verbouwingen dit huisje doorstaan heeft.

Deze woning uit de achttiende eeuw, ik moet nu eindelijk zeggen “‘t Heggerhuuske” zal eenieder duidelijk worden hoe deze naam is ontstaan op het einde van dit verhaal. Het huisje heeft verschillende bewoners gekend, tevens meerdere verschillende verbouwingen ondergaan in de loop van de tijd.

Uit overleveringen van de familie J. Meulenberg weten we dat dit smalle huisje met een lengte van 15.5 meter en 4,3 meter breedte voor een gedeelte rechts als geitenstal dienst heeft gedaan en onder kadastraal bekend staat sectie D nr. 3337 te Hegge huis nr. 25 te Schinnen thans nr. 122.

afl3-01

Hegge nr. 122 fam Jan en Traut Meulenberg. Foto gemaakt in 1980. Naast deze woning stond de boerderij van Harrie. Vic en Marieke Snakkers. (Foto: Paul Potten)

Het is een zogenaamd langkopgevel huisje dat pal tegen de weg en linker erfscheiding gebouwd is. Gescheiden door een “daakdröpgöt” woonde links als buurman de familie Sjaak Tilmans getrouwd met Sophie Snackers. Vóórdat het in zijn geheel verbouwd werd in 1992 door de familie Har en Daniella Linssen liep het met de grondslag mee waarop het gebouwd was. Dit wil zeggen de vloeren van de aflopende gelegen vertrekken lagen telkens wat lager.

Om hoogte verschil/niveau binnen kamers te overwinnen was ieder woonvertrek met een op/afstapje voorzien. Het hoogst gelegen vertrek lag aan de straatkant, waar de slaapkamer was van de bewoners voordat het in 1952 werd verbouwd. Rechts tegen het huis aan kon men enigszins onder het overstekende dak vanaf de straatkant via een aflopende “luif” de voordeur bereiken. Achter deze voordeur bevond zich een zeer kleine hal van goed een vierkante meter met aan iedere zijde een deur, rechts de keuken, links de woonkamer, de deur onderaan de zoldertrap in de hal lag pal tegenover de voordeur. WC en doucheruimte waren via een aparte deur op het binnen erf te bereiken. Een gescheiden tweedelige staldeur ook wel “memmedeur” genoemd aan het einde van de binnengevel gaf de toegang aan van een stal voor het houden van geiten of varkens. De mestvaal lag tegen de achtergevel van het huis aan.

Via de grote iets aflopende open binnenplaats die rechts naast de woning lag kon men de grote tuin en huisweide bereiken. Een dikke meters hoge meidoornhaag beginnende vanaf de straatkant was de erf scheiding van huisweide en boerderij Snackers.
Voordat Jan Meulenberg dit huisje kocht en verbouwde had de binnengevel meerdere kleine raampjes met kruisverbindingen met drie deuren die allen op het erf uitkwamen. De binnen gevel op het open erf had een oker rode kleur. Na de verbouwing in 1952 werd zoals meerdere oudere woningen in Hegge deze binnen gevel wit gekalkt, tevens afgezet met een zwarte “teerplint”. Het wit kalken van huizen wordt bijna niet meer toegepast men maakt nu gebruik van meer moderne verfsoorten al of niet voorzien van diverse tinten en kleuren. Het wit kalken van oudere huizen in Hegge gebeurde meestal in het vroege voorjaar voordat de zomerkermis in het dorp was. Met het “kalken” werd voor dag en dauw zo vroeg als mogelijk begonnen: “Ich mot de zon veurblieve, angers kiek ich mich sjael onder ‘t kalke.” Was meestal een bekende opmerking van de eigenaar als hij een “complimentje” kreeg over zijn werk van een voorbijganger. (** zie opmerking)

Als eigenaars worden vermeld Jan Lambert Mantelaers getrouwd met Maria Helena Kuijpers wonende te Grijzengrubben 1a. Gemeente Nuth. Deze verhuurde de woning aan Marie Quaedackers later gehuwd met Roex kantonnier in Schinnen.

– 11 november 1947 verkoopt Lambert Mantelaers aan Victor Snackers landbouwer te Hegge deze woning voor het “kapitale” bedrag van EEN DUIZEND VIJF HONDERD EN ZESTIG GULDEN. Tesamen met bouwland, aan Genèk sectie D 1054 (zie notaris akte Lienaerts te Merkelbeek 1947 nr. 117)

– 13 september 1949 dus twee jaar later verkoopt Kaspar (Vic) Snackers dezelfde woning aan Johannes (Jan) Meulenberg mijnwerker woonde voorheen in Ter Voorst gem. Nuth getrouwd met Maria Gertrudis Notermans uit Wolhagen tesamen met het voorgenoemde bouwland voor een bedrag van DRIE DUIZEND GULDEN. Je mag wel zeggen dat Victor Snackers wist wat beleggen was in vastgoed. (zie notaris akte Schoffelers te Merkelbeek 1949 nr. 1865)

– 4 October 1952 wordt vergunning verleend (VH 663) aan de familie J. Meulenberg tot het verbouwen van de woning gelegen te Hegge huis nr. 25 (thans 122)
De verbouwing omvat het maken van drie stookplaatsen.
Het aanbrengen van twee stuks dakkapellen.
Nieuwe kopgevel aan de straatkant met twee ramen tevens twee nieuwe grotere ramen plaatsen in de rechter zijgevel die open konden gaan.
Verder voor een gedeelte spouwmuren aanbrengen.
Nieuwe zoldertrap, waterleiding, beerput en electra.
De hoogte en breedte van het huis blijft onveranderd. Gelukkig is een oude originele oude bouwtekening bewaard gebleven waarop men kan zien hoe dit huisje er uit zag voordat het verbouwd werd in 1952 door Jan Meulenberg.

Wie Jan Meulenberg gekend heeft zal zich herinneren als iemand die groot en sterk was. Op zomerse dagen zat hij meestal aan de avond voor zijn huisje en maakte met een ieder een praatje die langs kwam. Jan was een echte tuin liefhebber wee je gebeente als je beweerde dat je dikkere of fijnere bonen of groente had als hij. Een van zijn uitspraken was dat zijn prei zo dik was dat je er gemakkelijk een fiets tegen kon parkeren. Je kon deze man geen groter plezier doen als je zijn groenten die in overvloed in zijn tuin stond “wist te prijzen” die hij in overvloed uitdeelde binnen zijn kenniskring en familie. Zoals de meeste mijnwerkers was zijn hobby het houden van postduiven.

Tijdens en onder het inkorven van zijn duiven voor een wedvlucht sprak hij steeds “als dich mörge neet op tied trok bis dan maak ick doeve söp van dich” Gelukkig bleef het steeds bij loze woorden. Jan had een energieke en imponerende uitstraling, was bereid om iedereen te helpen zover als het in zijn vermogen lag. Dit laatste deed hij ondanks jaren lange ondergrondse mijnarbeid bij de boeren in de omgeving. Als “huisdier” zoals hij het noemde hield hij wat varkens die alle groente en afval van zijn tuin kregen. Het slachten gebeurde bij hem thuis op de open binnenerf door de plaatselijke huisslachter “Zef van de Waub” wonende op de Nutherweg te Schinnen. De dag van het slachten zat Jan onrustig achter het keukenraampje de straat af te kijken of hij de plaatselijke huisslachter al zag aankomen. Op tijd lagen de lange koren strooi bossen al buiten te wachten op slachter “de Waub” om het varken tijdens het slachten te kunnen “aafbranne”.

Het vet mesten van een varken voor eigen gebruik bedroeg ongeveer 8 maanden. Het was de eer aan Jan om zijn “huisdier” naar zijn laatste rustplaats te brengen. Dit laatste gebeurde soms niet zonder slag of stoot. Onder het “kweeke” werd het dier door Jan aan beide poten uit de varkenstal gehaald en boven op het koren strooi op de rechterzijde gelegd. De “sjlegter” ging vervolgens met een knie op het beest zitten en stak het daarna een mes in de hals. Het bloed werd al roerende met de hand in een platte pan opgevangen om het stollen te voorkomen. Om het bloeden te bevorderen werd met de linkerpoot heen en weer bewogen. Nadat het varken leeggebloed was werd het begoten met heet water om de opperhuid los te maken, vervolgens werd: “Mit ‘ne brannende sjtruè-wósj” de meeste haren afgebrand.

afl3-02afl3-03

Jan Meulenberg Hegge 122 kijkt toe hoe de huisslachter Huub v/d Wal uit Spaubeek
zijn varken aan de slachtladder “bewerkt” in het najaar van 1981. (foto: Paul Potten)

Nadat het varken was nagegoten met koud water, werd het “gesjaore”. Dit gebeurde met een metalen bus waaraan een scherpe onderrand zat, om de haren te verwijderen. Men noemde dit het “sjrabbe”.
Aan de metalen klokvormige bus zat een haak hiermee werden de nagels van de tenen verwijderd. Na het schoonmaken werd het varken op de “slaglödder” gelegd en werd de varkensbuik open gesneden om de ingewanden te verwijderen.
Het varken werd met zijn achterpoten aan de slachtladder opgehangen, een dag later werd het vlees aan stukken gesneden. Het zogenaamde “stjökkere”.
Dit laatste was werkelijk een feest vooral als de kook- en braadpannen op het fornuis stonden, liep je het water uit de mond bij het ruiken van al dat lekkers.
Voor het maken van verschillende worsten, hoofdkaas, pekkelen van hammen en spek was men menige dag mee bezig. O ja, bijna vergeten “de harre” werden met een breinaald uit de gespleten hersenpan gehaald, die zich Jan nadat ze gebakken waren met een uitje heerlijk liet smaken met wat bruin brood. Ondertussen zat: “Zef van de Waub”  te genieten van zijn tweede “drupke” bij Jan aan de keukentafel. Bij het afscheid werd gelijktijdig de afspraak al gemaakt.
“Maak er mer waer gauw ene vet Sjeng. Dan kóm ich mich weer twie drupkes haole.” Waarop de “sjlegter” vertrok met zijn slagersmandje, waarin tevens een stuk vers gemaakt “huidvleisj”  lag, voor zijn broodmaaltijd die dag.

Door gevorderde leeftijd en meer dan 40 jaar in Hegge gewoond te hebben moest hij noodgedwongen door ziekte in 1992 zijn huisje verkopen en gaat samen met zijn vrouw Traut wonen in een aanleunwoning bij het verzorgingshuis te Amstenrade.

De familie Har en Daniella Linssen verbouwde daarna voor een gedeelte op de bestaande fundamenten het huisje in zijn geheel tot een grotere moderne woning. Haaks aan de achterkant wordt het huis uitgebreid. Het grote binnenerf wordt omsloten met een manshoge gemetselde muur met als toegang een groot ijzer hekwerk.
Na deze grote verbouwing einde 1994 gaven zij aan hen nieuw verbouwde woning de toepasselijke naam “‘t Heggerhuuske”. Een naam die het markante huisje verdient!

afl3-04

Bouwtekening 1949 woonhuis familie J. Meulenberg Hegge nr. 122

Opmerking: Hegge heeft/kende zeer vele oude huizen die wit gekalkt of geverfd waren o.a. Familie H.Waltmans, J.Meijers, Z.Eussen, E.Buizers, J. Meulenberg, M.Benders, G.List, H.Eggen, J.Diederen, S.Meijers, G.Coumans en Z.Smeets. Het betreft hier huizen die menige generaties lang bewoond zijn/waren. Zij waren/zijn de “glimlach” met zijn allen voor ons mooie Genèk.

Bron: familie Har en Daniella Linssen. Hegge
familie P. Potten-Meulenberg Hegge
archief Gemeente Schinnen

Paul Potten, Hegge
Sept. 2004. potten@home.nl