aflevering 5 – Iets over Bosjes, -Veldpaden,- Veldwegen – Natuurlijke waterlopen, Kwelbronnen en Oude veldnamen rondom Genèk

“Als men oude herinneringen of overleveringen wilt omschrijven over Genèk, aangedragen door de bewoners die hun heel lange leven in Genèk hebben gewoond ervaart men dat het niet anders kan zijn dat ook Genèk een van de vele hemelplaatsen op deze aardkloot is”.

Het is te danken aan deze buurtbewoners die ervoor hebben gezorgd dat we nu deze informatie hebben kunnen opschrijven, immers vele interessante informatie verdwijnt langzaam maar zeker, daarom is het wenselijk dat we nu noteren wat nog bekend en leesbaar is en opsporen wat nog vindbaar is!

Heel hartelijke dank aan alle inwoners van Hegge die mee geholpen hebben om de geschiedenis van onze buurtschap Genèk te bewaren.

Paul Potten.

 

 

Steenbergweg

Foto: Steile Steenbergweg links naast het Hagensleen te Hegge, duidelijk is te zien dat de kiezel aan de oppervlakte komt. Links een oude eenzame eik. Foto 2004/5 Paul Potten

Foto: Steile Steenbergweg links naast het Hagensleen te Hegge, duidelijk is te zien dat de kiezel aan de oppervlakte komt. Links een oude eenzame eik. Foto 2004/5 Paul Potten

Als men de steile Steenbergweg halverwege in Hegge op wandelt wordt men al opgewacht door een eenzame eeuwen oude eik begin aan de helling. Bijna op het hoogste punt zie je aan de rechterkant duidelijk een bosje liggen genaamd Hegger Boschken, achter de grote boerderij van de fam. Eggen daar.

In de contouren van het glooiende landschap is nog te zien dat hier ooit kiezel werd gedolven. Dit laatste werd al vermeldt in de hierna te noemen kadastrale legger uit 1850 onder de benaming “Steenkuil” legger D 922.

De ontginning werd in 1863 stop gezet.
Vermoedelijk is deze veldweg ontstaan om gelijktijdig tijdens de ontginning van de

“Steenkuil” dienst te doen om de grondstof(fen) die ter plaatse werden gedolven te kunnen transporteren en te gebruiken voor het bouwen van deze alom grote boerderij die uit de 15 eeuw stamt.

(Het was heel gebruikelijk dat in de nabijheid van grondstoffen zoals leem, zand en kiezel de “veldbrandstenen” ter plaatse in een veldoven werden gebakken. Nog eerder werden de stenen gedroogd men noemde deze “zonnebanken”.

In een later stadium zal ik proberen deze eeuwen oude boerderij genaamd het Hagensleen eens uitvoeriger te beschrijven en gelijktijdig iets vertellen over de zonnebanken, die op het Hagensleen werden aangetroffen tijdens een verbouwing een tiental jaren geleden).

afl5-02aafl5-02b

De naam Steenbergweg, dankt haar naam aan het feit dat kiezel ter plaatse aan de oppervlakte komt. Hij is tevens de toegangsweg voor de akkers en weilanden die zich achter de grote monumentale hoeve het “HAGENSLEEN” uitstrekken waar de familie Eggen woont. De plaatselijke glooiende akkers en weilanden achter de hoeve worden doorsnede door deze steil oplopende kiezel veldweg met aan weerszijden het alom bekende “gerief hout” een schuilplaats waar zich kleine knaagdieren in schuil kunnen houden.
Gelukkig is deze oude kiezel/veldweg ( een van de vele veldwegen die rondom Hegge lopen) nog niet ten prooi gevallen aan een moderne asfaltlaag.

 

Hegger Boschken en Proemeboum

Het Hegger Boschken zoals de oude schrijfwijzen vermeldt in een kadastrale legger uit 1850 opgetekend voor Jan Mathijs Diederen aan zijn zoon Renier Sebastiaan (zie bijlage legger art.173). Deze familie Diederen woonde destijds op het Hagensleen te Hegge.

Het voornoemde bosje ligt nog steeds in en tussen de achterliggende akkers en weilanden een eindje achter het Hagensleen een plaats die aangeduid wordt als Agter De Haeggerweijde. (naam afgeleid van het Hagensleen, zie bijlage legger art.173)

Vermoedelijk heeft ook een kiezel ontginning in het Hegger Boschken plaats gevonden gezien een “Steenkuil” achter het Hagensleen. Men zou dit kunnen afleiden aan de zeer sterke uitgeholde glooiing ter plaatse midden in het bosperceel waarin zich bijna geen bomen groei bevindt. De aanwezige eeuwen oude bomen geven nu duidelijk een plaats aan wat ooit een bosperceel moet zijn geweest. Tezamen vormen ze tegen de beide hellingen aan een beschut onderkomen voor het los lopende vee ter plaatse.

afl5-03

 

afl5-04

Genaamd het “Hegger Bosje” achter de boerderij van de familie Eggen in Genèk ook wel genoemd “Het Hagensleen”. Duidelijk is nog te zien de contouren in het landschap die ontstaan zijn door het ontginnen van een “zandkoel” De plaats van de afrasteringpalen op de voorgrond die in/op de berm staan werd vroeger aangeduid als de “Witschegraaf”. (foto aug. 2004 Paul Potten).

Door overleveringen weten we dat Agter De Haeggerweijde in het gebied waar de kiezel aan de oppervlakte komt de meeste “proemeboum” stonden van Genèk. Zoals ringelaotte en bakpruimen deze laatste werden in het dialect ook wel “hòndjeskloete” genoemd.

Ze werden te koop aangeboden op de veiling “bie de Sjtasie op Breinder in Sjènne”.

Het Hegger Boschken was in het verleden opgedeeld waardoor het verschillende eigenaren gekend heeft. Door de jaren heen werd het bosperceel steeds kleiner doordat steeds meerdere bomen gerooid werden voor eigen gerief, de bestaande bosgrond werd ingepast als weidegrond. Gelukkig ligt nu een kapverbod op dit bosperceel. Sinds een paar jaren is Willie Eggen die samen met zijn vrouw Bertha Cuijpers op het Hagensleen wonen, de huidige eigenaar.

 

Tien Bunder Paadje

Het is te danken aan onze “bekende gepensioneerde melkventer” in Genèk de heer Jan Eussen die me jaren geleden al nieuwsgierig maakte naar het bestaan van deze oude openbare voetpad genaamd Tien Bunder Paadje.
Halverwege de Heggerdorpstraat liep vroeger een openbaar vootpaad tussen de woning van Pascal en Helena Rouschop (broer en zus) en boerderij Frenske Haerden en Odillia Snackers.

Dit bekende openbare voetpad liep van hieruit onderlangs de Witsengraaf richting het Hegger Boschken om vandaar rechts richting het Sjteine Kruuts (Moordkruis) uit te komen in de Trienegats. De Trienegats lag in de nabijheid van de proemeweij van Vic en Harrie Snackers. (Het hoogste punt in de Eykskensweg. De plaats/omgeving waar ook kiezel werd gedolven als werk verschaffing in 1939, zoals ik al eerder heb aangegeven in aflevering 2 Boerderij Snackers).

Het is Maria Buysers Haerden destijds 94 jaar. Die de voornoemde plaatselijke veldnamen zonder moeite zich weet te herinneren als ik haar bezoek voor de zoveelste inlichting over Hegge. “En Paol kóms dich weer wat vraoge uver Genèk” is de vriendelijke begroeting van mijn overbuurvrouw om samen plaats te nemen aan haar keukentafel.
Haar zoon Matheu die bij haar inwoont, is later zo vriendelijk om vanaf het “hoeswédje” enige uitleg te geven hoe het in het veldj waor en zich de oude situatie nog goed voor zijn geest kan halen, gezien hij er altijd gewoond heeft, samen met zijn moeder.

Het Tien Bunder Paadje kende tevens een aftakking achter de huisweide van de familie Haerden, via deze aftakking kon men via de weilanden om die aan de Heggerdorpstraat lagen te voet naar de bierbrouwerij/ boerderij van Laurens Geurts einde Genèk lopen. Waar thans de familie Jo Croussen-Vaessen woont. (zie landkaart)

Volgens de overlevering dankt het Tien Bunder Paadje haar naam aan de vele stukken bunder land die het openbare voetpad doorkruiste.

“Voetpaadjes zijn de veronachtzaamde kinderen van het land. Boeren ploegen ze om of sluiten ze af. Struikgewas groeit er overheen en soms liggen paadjes er zo vergeten bij dat ze al haast niet meer bestaan”.
In het paadjesboek geschreven door Leo Herberghs, zouden de vele voetpaden die Genèk gekend heeft een aanvulling zijn op wat al beschreven werd. Jammer genoeg is ook het laatste openbare voetpad in Genèk tijdens de laatste ruilverkaveling opgeheven .

 

Pelsweijer

Via de steile glooiing mede door het hoogte verschil van ca. 60 meter in het achterliggende landschap gezien vanaf de Steenbergweg, omgeving Hegger Boschken en Sjtenen Kruuts ligt de Heggerdorpstraat lager ten opzichten van de voornoemde punten Hierdoor ontstaan natuurlijke waterlopen. Men zegt wel eens:“Alle hoezere in Genèk staon mit de sjoon in het water”.

 

Een van de natuurlijke waterlopen ontstaat vanuit het steile achterliggende landschap, gelegen achter het Hagensleen thans boerderij W. Eggen Hegge 69. De natuurlijke waterlopen en goten langs de Heggerdorpstraat werd met behulp van een controle rioolput onder de Heggerdorpstraat afgevoerd.

Opmerking:
Deze oude controle put bestaat nog steeds tussen de woningen van L. Frissen Hegge 75 en W. Meyers Hegge 73. Deze werd gelijktijdig in 1972 aangesloten toen Hegge werd aangesloten op het Gemeente riool. De “vaart” oprit/plaats waar deze oude put nu nog ligt noemde men vroeger ‘t verkenswédje van het Haegensleen.

 

Via een betonnen rioolbuis onder de Heggerdorpstraat uitkomende tussen de thans huidige woningen F.Haselier en Th.Habets Hegge 90/88 uitmondend aan de overkant van de weg om vervolgens via een open greppel door een “zompetige weij” eigendom van het Hagensleen een weg te zoeken in het nog lager gelegen drassige bosgebied, plaatselijk bij oudere inwoners bekend als “PELSWEIJER”.

Een gebied met vele kwelbronnen die aan de oppervlakte komen. Het is tevens het laagste punt in Hegge.

Via een open greppel wordt het bron- en kwelwater (nu nog steeds) naar een open duiker geleid die onder de snelweg A 76 en het NS spoor doorloopt, uitkomende aan de Borgerweg (deze weg werd halverwege de jaren vijftig aangelegd t.b.v. exploitatie van mijnbouw Schacht 4 achter Hegge genaamd het “Vogelenbos”).

  • In 1972 werd vanaf de Heggerdrift een riool persleiding gelegd met verschillende controle putten achter de huidige woniningen richting bovengenoemde duiker in Pelsweijer (zie tekening).
  • Gelijktijdig met het aanleggen van een aardgasstation op de grens van Hegge en Spaubeek werd in 1979 van hieruit een gastransportleiding diameter 300 dwars door het bovengenoemde gebied gelegd.
  • In de zelfde periode werd een der vijvers aangelegd door de Gasunie in Pelsweijer om het teveel aan grondwater te kunnen afvoeren via voornoemde duiker.
  • In het voorjaar van 2002 werd een tweede vijver aangelegd door RWS om het water van de A 76 te kunnen afvoeren in het drassige gebied van Pelsweijer (zie foto 2005 P. Potten).
Vijvers gelegen in “Pelsweijer” te Hegge langs de A 76. De eerste vijver werd gelijktijdig aangelegd in 1979 toen een der gastransportleidingen van de Gasunie diameter 300 door dit gebied werd gelegd. Vijver was bedoeld om het vele grondwater en kwelbronnen te kunnen afvoeren richting de duiker ter plaatse onder de snelweg door.  In het voorjaar van 2002 werd een tweede vijver aangelegd gelijktijdig met het kappen van alle bomen in het zelfde gebied in opdracht door RWS om het vele water van de A 76 te kunnen afvoeren. Beide vijvers werden toen in verbinding gesteld om gezamenlijk richting duiker via een open greppel te kunnen afvoeren.  (Foto gemaakt ter hoogte van de duiker te Hegge gelegen in de weide van Paul Derrez bij de geluidswal langs de A 76 door Paul Potten 2004/5)

Vijvers gelegen in “Pelsweijer” te Hegge langs de A 76. De eerste vijver werd gelijktijdig aangelegd in 1979 toen een der gastransportleidingen van de Gasunie diameter 300 door dit gebied werd gelegd. Vijver was bedoeld om het vele grondwater en kwelbronnen te kunnen afvoeren richting de duiker ter plaatse onder de snelweg door.
In het voorjaar van 2002 werd een tweede vijver aangelegd gelijktijdig met het kappen van alle bomen in het zelfde gebied in opdracht door RWS om het vele water van de A 76 te kunnen afvoeren. Beide vijvers werden toen in verbinding gesteld om gezamenlijk richting duiker via een open greppel te kunnen afvoeren.
(Foto gemaakt ter hoogte van de duiker te Hegge gelegen in de weide van Paul Derrez bij de geluidswal langs de A 76 door Paul Potten 2004/5)

afl5-06

afl5-07

Rooien van populieren in het bosje genaamd Pelsweijer in Hegge. (Foto 2002 Paul Potten)

In het voorjaar van 2002 kwam “plotseling” een einde aan dit eeuwen oude bosgebied, gelegen, midden in Genèk in een bosrijke, moerassige streek van het dal van de Geleenbeek bijna geheel verscholen achter het weelderige groen van bomen en struiken. Mede door een resolute kap- en snoeibeurt van bomen en struiken in en rondom dit bosgebied.

Eeuwen oude bomen met een eigen gezicht al of niet vervormd of verweerd door de tand des tijd, zoals Olmen, Elzen, Wilgen, Linde, Hazelaars, Iepen, Esdoorn en een variatie van onderbegroeien werden onnodig omgekapt en gerooid, tijdens het rooien van een tiental kaprijpe populieren “canadassen”. Ooit geplant door eigenaren als “gerief hout” gelijktijdig als afrastering en dienst te doen als beschutte plaats voor het loslopend vee. Het gehele water huishouding van de aanwezig kwelbronnen werd tevens verstoord met de aanwezig visitaties van planten door een groot gedeelte van het gebied op te vullen met aangevoerde aarde. Vóór het realiseren van de geluidswal zijn watersalamanders, wijngaardslakken, waterhoentjes, eenden, marter, hermelijn en tientallen zangvogels die jaren geleden nog aanwezig waren nu voorgoed verdwenen.

Van de vele tientallen bomen die gerooid zijn staan gelukkig nog een paar op een kleine gracht langs de tuingrenzen waar ooit een meter hoge meidoornhaag stond zoals een eik, een eeuwen oude rode beuk, tevens een zeer oude grootbladderige linden, drie knots wilgen en een vijftal eeuwen oude elzen. Triest, jammer maar zeer pijnlijk waar!!!. Dit allemaal gerooid in opdracht van Rijks Waterstaat.

Een van de meerdere waterbronnen die ontspringt in de nabijheid van dit gebied en de moeite waart, is om te vermelden, ontspringt in de huisweide van de familie S. Vliegen-Reul. Vroeger woonde er Mathis Died(t)eren. In Hegge ook wel genoemd Pie van This, die van beroep schoenmaker was.

Ik mag gerust stellen dat het een ongestoord bos/gebied was midden in Genèk toen we in 1960 tegen dit bosperceel aan onze bouwgrond daar kochten in de “natte weide” van Harie Eggen wonende op het Hagensleen. Ook wel “Pelsweijer” genoemd. Zoals de oude plaatselijke naam is van dit drassige bos/terreinperceel. Zefke Haerden 86 jaar oud geboren en getogen in Genèk die indirect in de nabijheid op zijn boerderij daar woonde en werkte weet zich de naam zonder enige moeite te herinneren. Direct aansluitend de plaats waar schacht IV heeft gestaan was het Vogelenbos(zie D.S.M staatsmijnen 1960 december nr.3).

Zoals we al opmerkten kwamen alle natuurlijke waterlopen en kwelbronnen in het gebied uit via meerdere kleinere bermgreppels in het bosgebied Pelsweijer. Van hieruit werden deze gezamenlijk afgevoerd via een natuurlijke grotere bermsloot naar de Geleenbeek. Na de aanleg van de “Rijksweg” zoals de naam van de A-76 in de jaren dertig beschreven werd zorgt thans een “duker” onder de A-76 dat deze waterstroom wordt afgevoerd naar de nog lager gelegen Geleenbeek.

Ten slotte: in het bosgebied Pelsweijer bevinden zich twee natuurlijke aangelegde vijvers. De eerste werd aangelegd door de gasunie tijdens het leggen van een grote transportleiding rond de jaren zeventig, het gebied was destijds eigendom van Pierre Meels wonende te Sweikhuizen. De tweede vijver werd aangelegd op de werkstrook langs de A-76 van/door Rijkswaterstaat in 2002 gelijktijdig met het kappen van de bomen. Beide vijvers zijn met elkaar verbonden . Huidige eigenaar is thans Paul Derrez wonende te Hegge.

Opmerkingen:
De hierboven omschreven plaatselijke benamingen werden al vermeldt door burgemeester H. Pijls van Schinnen in zijn boek Voormalige Heerlijkheid Schinnen bladz. 24 (Nagelbeek –Hegge).Jammer genoeg zijn niet alle oude plaatselijke benamingen vastgelegd op kadastrale kaarten. Het verheugt me dat we via overleveringen van oudere inwoners nu weten op welke plaats/omgeving deze oude plaatselijke benamingen nu kunnen omschrijven zodat we weer een stukje geschiedenis van Genèk hebben mogen vastleggen.

Paul Potten, Hegge

Maart 2005. potten@home.nl